|
Inzicht in
Parasjat Pinchas 5764
Parasjat Pinchas
Door Jacob Salomon
Op de vijftiende dag van de
zevende maand zul je een feest vieren ter ere van G-d gedurende
zeven dagen. Je zult… dertien
jonge stieren offeren, twee rammen, veertien manlijke lammeren
in hun eerste jaar…
(29:12-13).
De
gemeenschapsoffers voor Soekot, het feest waar het hierboven over
gaat, lopen uit de maat met de korbanot op de andere
feesten. Op alle feesten, met inbegrip van Rosj Chodesj
worden stieren, rammen en lammeren geofferd. Echter, de aantallen
zijn veel kleiner – maximaal twee stieren, één ram en zeven
lammetjes. Op de eerste dag Soekot daarentegen worden zeven maal
zoveel stieren geofferd, en tweemaal zoveel rammen en lammeren.
Bovendien blijft het aantal stieren niet alle dagen hetzelfde, zoals
met Pesach, maar wordt iedere tussendag één minder geofferd, totdat
op de laatste dag Soekot nog „slechts” zeven stieren geofferd
worden. Waarom verschillen de korbanot voor Soekot van die
voor andere feesten?
De
Talmoed (Soeka 55b) antwoordt dat deze stieren (totaal 70) werden
geofferd om G-ds bescherming te vragen voor de zeventig Volken van
de wereld (die in Beresjiet 10 worden opgesomd). Zoals R.
Jochanan het zegt: „Wee de volken die verloren hebben en niet weten
wat zij verloren hebben! Toen de Tempel er nog was, deed het altaar
verzoening voor hen. Maar wie doet nu verzoening voor hen?”
Inderdaad, een bekende Midrasj zegt dat als de Volken zich
gerealiseerd hadden hoeveel profijt zij hadden van die offers, dan
zouden zij legioenen hebben gezonden naar Jeruzalem om het te
beschermen tegen aanvallen.
Deze verklaring roept een paar interessante vragen op:
1.
Wat is er zo speciaal aan Soekot dat het de welvaart van de
niet-Joodse volken bevordert?
2.
Waarom is het belangrijk dat de volken zich bij de Joden aansluiten?
Maar de profeet Zecharja zegt dat zelfs nadat zij tegen ons
gevochten hebben in de dagen van de Verlossing, hun overlevenden een
jaarlijkse pelgrimstocht naar Jeruzalem moeten maken met Soekot –
met drastische consequenties wanneer zij dat nalaten: „Het zal zijn
dat iedereen die is overgebleven van de volken die in opstand kwamen
tegen Jeruzalem, ieder jaar naar Jeruzalem zullen optrekken om de
Koning, de Heer der heerscharen te dienen en om het Soekotfeest te
vieren. En het zal zijn dat ieder van al de families van de aarde,
die niet zal komen naar Jeruzalem om de Koning, de Heer der
heerscharen te dienen, op hem zal geen regen vallen. En wanneer de
familie van Egypte niet opgaat en niet komt, dan zullen zij geen
regen hebben. Dit zal de plaag zijn waarmee Hasjem de volken zal
straffen die niet zullen komen om het Soekotfeest te vieren.”
(Zacharja 14:16-18).
Zou het niet veel beter zijn als Jeruzalem die mensen nooit meer zou
zien!? Waarom moeten zij ieder jaar weer terugkomen? Waarom zou de
stad, die zij probeerden te vernietigen, de bron zijn van hun
redding? En waarom moet men, volgens de Talmoed, offers brengen om
G-ds bescherming af te smeken?
Wanneer wij naar deze twee
punten kijken, dan moeten wij de twee dingen in acht nemen die
Jeruzalem maken: de (fysieke en humanitaire) omgeving en het volk.
Wij zullen ze beide om de beurt nader bekijken.
De
periode van Verlossing waar Zecharja het over heeft, zal een
volledige realisatie brengen dat G-d de Schepper en de Koning is:
„Hasjem zal Koning zijn over heel de aarde; op die dag zal Hasjem
één zijn en Zijn naam zal één zijn (ibid 14:9 en de laatste zin van
Aleinoe, de afsluiting van ieder gebed).
Zowel de fysieke als de menselijke omgeving van de Heilige Stad zal
in harmonie zijn met dat doel. Fysiek zullen zij meer water hebben
dan de Shiloach (Silwan), de enige betrouwbare bron vandaag:
„Het zal op die dag zijn, dat levend water zal voortkomen uit
Jeruzalem; de helft ervan stromend naar de oostelijke zee en de
helft ervan naar de westelijke zee; in zomer en winter zal het zijn”
(ibid 14:8).
Bovendien zal G-d ervoor zorgen dat de menselijke omgeving van
Jeruzalem eveneens een niet te vergelijken rust zal ervaren:
„En men zal erin wonen en er zal geen algehele vernietiging meer
zijn, maar Jeruzalem zal in veiligheid verkeren. En dit zal de plaag
zijn waarmee Hasjem de volken zal straffen die tegen Jeruzalem
gestreden hebben: hun vlees zal wegteren, terwijl zij op hun voeten
staan en hun ogen zullen wegrotten in hun kassen en hun tong zal
verteerd worden in hun mond” (ibid 11-12).
Dus de mensen van welke
achtergrond dan ook, die Jeruzalem zullen bezoeken wanneer de
profetie van Zecharja gerealiseerd wordt, zullen inzien dat G-d de
exclusieve bron van de macht is.
Zij zullen hun gedrag aanpassen zodat zij de mensheid zullen dienen
in plaats van die te verneitigen (door bijvoorbeeld de Molech te
dienen en kinderoffers te brengen), overeenkomstig Zijn principes.
Dus de Almachtige zal de niet-Joodse Volken geestelijk verbeteren en
verheffen door middel van de Stad Jeruzalem.
Dit alles verklaart nog niet waarom de volken speciaal op Soekot
Jeruzalem moeten bezoeken of waarom er gemeenschapsoffers gebracht
moeten worden ten behoeve van hen op dat feest. Daarvoor moeten wij
het volgende aspect van Jeruzalem bekijken: de mensen die daar
wonen.
Gedurende de zeven dagen van Soekot zijn de Israëlieten idealiter
geestelijk op het hoogste niveau van het hele jaar, omdat zij dan
‘G-d met vreugde dienen’ (Psalmen 110:2). De Tora zegt tweemaal dat
men blij moet zijn op Soekot: „En het Loofhuttenfeest zul je vieren
…en je zult je verheugen op je feest … je zult alleen maar verheugd
zijn” (Dew. 16:13-15). Het is een tijd waarop wij G-d dienen
met blijdschap, met zowel ons geestelijk als ons fysiek wezen.
Geestelijk, want onze zonden zijn ons vergeven op Jom Kippoer en we
gaan Soekot binnen met een schone lei: wij denken niet meer aan
‘vandaag wordt de wereld geoordeeld’ (de verklaring die volgt na het
blazen op de Sjofar op Rosj Hasjana). En ook fysiek, want de
oogst is binnen en we hoeven niet meer te denken of we te eten
zullen hebben of niet. Inderdaad, de Soeka en de „Vier Soorten”
maken gebruik van verschillende onderdelen van de oogst voor het
prijzen en danken van G‑d. Dus de Volken zullen naar Jeruzalem komen
wanneer zijn bewoners het meest attractieve gezicht van Tora tonen –
blij zijn – op een positieve manier. G-d opgewekt dienen en met
oprechte dankbaarheid, dat is de boodschap van Soekot aan de volken.
Wanneer zij zien dat de Israëlieten G-d dienen uit blijdschap en
dankbaarheid in plaats van uit angst, dan zal dat op hen een
positieve indruk maken. Zij zullen begrijpen dat de fysieke en
menselijke omstandigheden in harmonie zijn met diegenen die zich
niet te buiten gaan aan de barbaarse praktijken van afgoderij, maar
met hen die Hem dienen uit oprechte dankbaarheid voor Zijn
milddadigheid en met hen die Hem dienen uit vreugde.
Dit zal daarom helpen om de Volken geestelijk te verheffen om deel
te nemen aan de Verlossing. Bidden voor hun voorspoed (door middel
van de korbanot), opdat waardige mensen van de Volken hun
essentiële bijdrage zullen geven. De tijd van de offers – Soekot –
is de tijd dat de Volken, dankzij hun inspanning om naar Jeruzalem
te komen en deel te nemen aan de festiviteiten, in de meest ideale
vorm zijn voor Zijn goedgunstigheid. En het dalende aantal stieren
weerspiegelt dat slechts sommigen, niet iedereen, waardig bevonden
wordt om deel te nemen.
„Moge allen [al de Volken] het juk van Uw Koninkrijk aanvaarden en
moge U voor altijd over hen regeren” (Afsluiting van alledrie de
dagelijkse gebeden).
|