Vorige uitgaven

Home-page

Inzicht in Parasjat Pinchas 5762

VOLG DE LEIDER
door Rabbi
jn Reuven Semah

„Laat Hasjem, de G-d van de geesten van al het vlees, een man aanstellen over de gemeente” (Bam. 27:16)

In onze parasja, Pinchas, wordt aan Mosjé Rabbeinoe door Hasjem meegedeeld dat hij niet lang meer zal leven en spoedig zal sterven. Op dat moment richt Mosjé zijn bezorgdheid op de toekomst van zijn geliefd volk. Rasji verklaard in het vorige vers (15) dat Mosjé aan Hasjem vraagt of Hij een nieuwe leider zal aanstellen of niet. De Midrasj voegt daaraan toe dat Mosjé zei: „Ik zal hier niet vandaan gaan voordat U mijn vraag beantwoord heeft!”

Mosjé Rabbeinoe wordt plotseling nogal geagiteerd, bijna wanhopig voor een antwoord. De reden is, dat als Mosjé eenmaal wist wat hij verondersteld was te doen voordat hij zou sterven, het hem geen rust zou laten totdat hij daarvoor gezorgd had. Hij wist dat hij het leiderschap zorgvuldig over moest dragen en de nieuwe leider de nodige instructies moest geven voor zijn dood.

In zijn verzoek beschrijft hij Hasjem als de „G-d van de geesten van al het vlees.”

Rabbijn M. Sternburch legt uit dat dit betekent, dat Hasjem zorgt voor Zijn wereld door zowel voor het geestelijke voedsel te zorgen als voor het vlees. Hasjem zorgt voor zowel onze geestelijke als fysieke behoeften. Daarom vraag Mosjé dat Hasjem deze eigenschappen aan al onze toekomstige leiders zal schenken. Onze leiders moeten mensen zijn, die bezorgd zijn voor de leden van hun gemeente, die oog hebben voor zowel hun geestelijk als fysieke behoeften en die hen daarin ook voorzien.

Mosjé Rabbeinoe vraagt voorts om een „man over de gemeente.” Mosjé bedoelde, dat hoewel de leider iemand moest zijn die contact heeft met de mensen, een man die zich tussen de mensen kan bewegen, hij tegelijkertijd iemand moet zijn die boven de mensen staat. Iemand die door zijn gedrag, piëteit en daden het respect afdwingt van zijn mensen. Het moet voor een ieder duidelijk zijn dat deze man een leven leidt dat op een hoger niveau ligt dan dat van de rest van de mensen. Zijn dagelijkse handelingen, zijn sterk geloof en vertrouwen in Hasjem en zijn moraal moeten zuiver zijn en boven iedere twijfel verheven.

Kortom, een goede leider is een legitiem rolmodel voor al zijn mensen, zodat zij ernaar zullen streven om zijn kwaliteiten te bereiken of daar nog bovenuit te komen.

Zeg daarom: Zie hier, Ik zal met hem mijn verbond van de vrede gestand doen.

Waarom vroeg Hasjem aan Mosjé om aan Pinchas te vertellen dat hij en zijn nageslacht het verbond van het priesterschap zouden binnengaan? Waarom vertelde Hasjem dat Zelf niet aan Pinchas?

De Netsiev vertelde de volgende parabel, in naam van Rabbi Jitschak van Wolotsin. Een koning zond zijn leger­overste er opuit om strijd te voeren met een aanvallende vijand. Maar het leger van de koning dreigt overmand te worden door de vijand en alleen een driest strategisch plan kan nog redding brengen. Echter, de legeroverste weet niets te bedenken.

Dan komt een lage officier naar voren gerend en fluistert de legeroverste een briljante strategische manoeuvre in het oor. De legeroverste voert dat onmiddellijk uit, het tij keert en het leger van de koning komt zegevierend uit de strijd.

Wat moet de koning nu doen? De legercommandant straf­fen voor zijn aanvankelijk slecht optreden? Of moet hij hem prijzen? Uiteindelijk heeft hij de oorlog gewon­nen. En de lage officier? Wat moet daarmee gebeuren? De koning besluit, dat de legercommandant de lage officier in het openbaar zal prijzen voor diens briljante idee. Zo krijgt degene die het verdient zijn beloning en de­ opper­officier krijgt daarmee de reprimande die hij verdient.

Zo had ook Mosjé, als leider van Israël, de kans om zelf te reageren zoals Pinchas deed door de eer van Hasjem te bewaken. Maar dat deed hij niet, Pinchas deed het. Daarom moest Mosjé aan Pinchas vertellen wat Hasjems beloning was.