Index Mitswot

Home

DE MITSWOT VAN DE WEEK

In het Nederlands vertaald door Zwi Goldberg

Deel II: De Mitswot Lo-Ta’asei [de verboden]  nrs. 141

Overgenomen uit Sefer haMitswot hakatsar van de Chafeets Chaïm. [Wat tussen rechte haken staat, is door de samensteller toegevoegd.]

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

141. Het is een kohen verboden zich te verontreinigen aan een dode,

zoals er geschreven staat (Wajjikra 21:1): „Geen zal zich verontreinigen aan een dode van zijn volk.” Het geldt zowel voor het aanraken van een dode, als voor het vormen van een „tent” over de dode [door zich over hem te buigen], voor het dragen van een dode of voor het aanraken van diens graf. De wet is hetzelfde voor een lijk als voor onderdelen van een lijk, zoals bloed. Als iemand zich moedwillig verontreinigd heeft aan een dood lichaam of lichaamsdeel van een dode, dan verdient hij gegeseld te worden. Maar aan een dode, voor wie hij de godsdienstige plicht heeft om voor zijn begrafenis te zorgen [een verlaten lichaam waar niemand voor zorgt], daaraan mag hij zich verontreinigen.

Het geldt overal en altijd, voor mannelijke Kohaniem die waardig zijn om priesterdienst te doen (maar niet die zich ontheiligd hebben [door bijvoorbeeld met een voor hen verboden vrouw te trouwen]) en niet voor vrouwen.

 

õ  õ  õ